1. Met het blote oog.
Eeuwenlang hadden astronomen niets anders dan hun ogen om er het heelal mee te verkennen. Hoe primitief het ook mag lijken, het blote oog is het belangrijkste astronomische instrument. Daarmee kunnen we de meeste planeten zien en hun beweging tussen de sterren in de loop van de jaargetijden volgen. We kunnen genieten van meteoren, kometen, zon- en maansverduisteringen, poollicht en enkele heldere sterrenhopen. Geduld en aandacht zijn wel essentieel om de sterrenhemel te kunnen observeren. Alle dingen zijn moeilijk, voordat ze gemakkelijk worden. (Perzische gedachte)
Een eerste stap is het observeren van de maan en de beweging ervan. Met het blote oog zie je op de maan donkere gebieden, de zeeën. Vergelijk met de maankaarten die je in allerlei boeken aantreft. Volg de maanfasen en de daarbij horende opkomsttijden. We zien de maan onder een hoek van een halve graad, dit kan later van pas komen om afstanden aan de hemel te schatten.
Je begint best met het leren kennen van de sterrenbeelden. Een eenvoudig sterrenbeeld om mee te beginnen is de Grote Beer. Zoek de Grote Beer, in de buurt van de hemelnoordpool. Je het sterrenbeeld gemakkelijk herkennen aan zijn typische steelpanvorm. De steelpan is slechts een deel van het sterrenbeeld. Zoek op donkere nachten ook eens de poten van het dier op. De Grote Beer verdwijnt in onze streken nooit onder de horizon (circumpolair sterrenbeeld).
Eenmaal de Grote Beer gevonden, kan je het sterrenbeeld gebruiken om de poolster te vinden. Verleng de lijn bèta - alpha vijfmaal en we zijn bij de poolster. De poolster is een relatief heldere ster (magnitude 2,1), die heel dicht bij de hemelnoordpool staat. (= snijpunt hemelbol en aardas, = punt waar rond alle sterren lijken te draaien tijdens de aardrotatie). De Grote Beer kan ook gebruikt worden als springplank voor het opzoeken van andere sterren en sterrenbeelden.(Foto Grote Beer )

- Verleng de lijn bèta - alpha 15 maal en we komen uit in de buurt van Andromeda en Pegasus (herfstvierkant).
- Verleng de lijn epsilon - poolster tweemaal en we komen uit bij de W-(of M-) vorm van het sterrenbeeld Cassiopeia.
- Volg de boog van de sterren delta-epsilon-zèta-eta en je komt bij de oranje-achtige ster Arcturus, hoofdster van het sterrenbeeld Boötes.
- Verleng de lijn alpha-bèta zevenmaal en je komt uit in het sterrenbeeld Leeuw, met de heldere ster Regulus.
Er bestaan nog een vijftal andere sterrenbeelden die je kunt vinden vanaf de Grote Beer. Je vindt ze in Een waarnemingsprogramma voor beginnende amateurs.
Je ziet, eenmaal je één sterrenbeeld kent, raak je snel verder. Eenvoudige kaartjes van de sterrenhemel op elk moment van het jaar vind je: - in de hemelkalender van de VVS
- op internet (www.heaven-above.com)
- met een draaibare sterrenkaart.
Als je enkele sterrenbeelden kent kan je de 5 heldere planeten opzoeken. (Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus). Anders dan sterren, die ogenschijnlijk een vaste plaats innemen ten opzichte van elkaar, verplaatsen planeten zich voortdurend. Daarom is het onmogelijk een kaart te tekenen waarop nauwkeurig wordt aangegeven waar de planeten zich bevinden. Toch is het niet zo moeilijk om ze te vinden. Natuurlijk moet je wel weten WANNEER ze te zien zijn. Die gegevens vind je in sterrenkundige tabellen. Bij benadering volgen de planeten dezelfde baan als de baan die de zon overdag beschreef. Van oost, over zuid, naar west. Zoek ze dus niet in het noorden.
KOMENDE OPPOSITIES VAN MARS
Datum grootte in boogsec. afstand in milj. km
13 juni 2001 20,5 68 200 28 augustus 2003 25,2 55 800 7 november 2005 19,8 70 300
Jupiter is niet moeilijk te vinden. Je hoeft alleen maar omhoog te kijken. Na de zon, maan en Venus is Jupiter het helderste hemellichaam. (tot magnitude -2,5). Er is alleen verwarring mogelijk met Venus. Als het opgespoorde hemellichaam ver van de plaats plaats af staat waar de zon is opgegaan of ondergegaan en midden in de nacht ook nog te zien is, is het ongetwijfeld Jupiter. Staat het hemellichaam na zonsondergang in westelijke richting of voor zonsopgang in oostelijke richting, dan kan enkel een verrekijker of telescoop uitsluitsel geven.
Saturnus is iets moeilijker op te sporen. Saturnus is minder helder (magnitude 1). Saturnus glanst gelig. Hij volgt de lijn met de ecliptica. Om zeker te zijn heb je toch een verrekijker nodig. Hiermee kun je zien dat het geen puntje is maar eerder een ovale vorm.
De andere planeten zijn te veraf en zijn te klein om met het blote oog te zien.
Het blote oog is ook het ideale instrument om kometen en meteoren (vallende sterren) waar te nemen. Kometen die je met het blote oog kunt zien, zijn eerder zeldzaam. Is er toch een te zien dan krijgt die meestal wel genoeg aandacht in de media.
Het lichtverschijnsel meteoor wordt veroorzaakt doordat steenbrokjes, stof en gruis vanuit het zonnestelsel aan grote snelheid (enkele tientallen kilometer per seconde) in de dampkring van de aarde terechtkomen. Zijn de steenbrokjes groot genoeg, dan branden ze niet volledig op in de atmosfeer en komen ze terecht op het aardoppervlak. Die stenen noemen we dan meteorieten. Er zijn twee soorten meteoren: sporadische meteoren en periodiek weerkerende meteorenzwermen (link meteorenzwermen). De aarde wordt voortdurend gebombardeerd door sporadische meteoren. Ze komen uit alle richtingen. De meteoren uit een meteorenzwerm lijken uit een vast punt aan de sterrenhemel te komen: het vluchtpunt of de radiant.
TABEL: verband helderheid, massa en diameter
| visuele magn. | 15 | 7 | 0 | 7 | 15 |
| massa | 0,000001g | 0,001g | 1g | 1kg | 1000kg |
| diameter | 0,1mm | 1mm | 2cm | 20cm | 2m |
Met het blote oog kan je reeds enkele deepsky objecten zien. Voor de meeste heb je wel een absoluut donkere waarnemingsplaats nodig (wat in België bijna onmogelijk is). Laat uw ogen, voorafgaand aan de observaties, 10 tot 20 minuten aan het duister wennen. Gebruik daarna voor het raadplegen van sterrenkaarten een roodlicht-zaklamp om het nachtzien niet weer te verliezen. Voor heel zwakke objecten kan het helpen als je niet recht naar het object kijkt, maar een klein beetje ernaast (perifeer kijken). Het licht wordt dan geconcentreerd op lichtgevoeligere delen van het netvlies (i.p.v. kleurgevoelig). Een sterrenhoop met een magnitude 5 lijkt op het eerste zicht een gemakkelijk object voor het blote oog. Dit is niet zo omdat het licht niet uit één punt komt, maar verspreid is over een oppervlak.
Gemakkelijk te zien zijn:
- Pleiaden (zevengesternte) = M45. (magnitude 1,2 ; afstand 405 lj ; 100 leden) Deze groep jonge, massieve blauwe sterren is gemakkelijk te herkennen aan de winterhemel. De groep is zichtbaar op 13° ten noordwesten van Aldebaran ( Tauri) en heeft een vorm die aan de Grote Beer doet denken. Als je goede ogen hebt zal je zes of zeven sterren zien. (record: 16?) De hoop bestrijkt een gebied ter grootte van de maanschijf. (Foto Pleiaden)
- Hyaden (afstand 150 lj ; 100 leden ; leeftijd: 625 miljoen jaar (= jong)) Deze sterrenhoop strekt zich uit over 4°30, in werkelijkheid is dit 8 lichtjaren. Je vindt de Hyaden gemakkelijk door te kijken vlak naast de rode Aldebaran, in het sterrenbeeld Stier. (Aldebaran behoort niet tot de Hyaden). Aldebaran vormt samen met de Hyaden een V. Sterrenhopen maken deel uit tot het melkwegstelsel. De Hyaden verplaatsen zich langzaam in de richting van Betelgeuze (in Orion).
- Orionnevel = M42 (magnitude: 4 ; afstand 1600 lj ; doorsnee: 30lj) De nevel bevindt zich 3° ten zuiden van de gordel van Orion. Met het blote oog zie je een pluizig vlekje. In deze gasnevel vormen zich toekomstige sterren. (Foto Orionnevel)
- De dubbele sterrenhoop van Perseus (NGC 869 en NGC 884) (afstand: 7400lj; magnitude: 4,3 en 4,4) In een donker omgeving kan je deze twee sterrenhopen als vage vlekken zien. De dubbele sterrenhoop is gemakkelijk te vinden door de steel van Perseus te volgen. Tussen de laatste ster van Perseus en Cassiopeia vind je dan de sterrenhoop.(Foto dubbele sterrenhoop)
- De Andromedanevel = M31 (magnitude: 3 ; afstand: 2,2 miljoen lj. ; 300 miljard leden ; diameter: 150 000 lj. ; massa = 2X massa melkwegstelsel) Dit sterrenstelsel is het verste object dat we met het blote oog kunnen zien. Op donkere, maanloze nachten is het met het blote oog te zien als een brede, witte wolk. In werkelijkheid heeft het net als de melkweg de vorm van een spiraal. Je vind het in het sterrenbeeld Andromeda, 8° ten noordwesten van de ster Mirach.
- Melkweg De Melkweg is de wazige band die je op donkere nachten kunt waarnemen (heel goed zichtbaar in Zuid-Frankrijk, Italië,... De lichtvervuiling is veel minder dan in België!). Met het blote oog zie je niet dat die band uit miljoenen sterren bestaat. De Melkweg doorloopt de volgende sterrenbeelden: Adelaar, Zwaan, Hagedis, Cassiopeia, Perseus en Voerman. In de Buurt van Cassiopeia en Perseus is de Melkweg niet zo uitgestrekt. Dit komt omdat de zon zich aan de rand van een spiraalarm van de Melkweg bevindt. Cassiopeia geeft de tegenovergestelde richting van het galactisch centrum aan.
- Praesepesterrenhoop = Kribbe = Bijenkorf = M44 = NGC 2632 (magnitude: 3,1 ; afstand 520 lj; diameter 15 lj) Je vindt deze sterrenhoop vlak naast Asellus Australis ( Cancri), of anders: verleng de lijn Castor-Pollux (in tweelingen) 3 keer en ga dan 6° naar links, loodrecht op de lijn Castor Pollux. Je komt terecht in een zeer mooie, uitgestrekte sterrenhoop. (te uitgestrekt voor een telescoop). Vroeger gebruikten landbouwers M44 om te zien of de hemel goed helder was of nevelig, zodat er regen of sneeuw op komst was. Ook nu is het nog altijd een goede test om de helderheid van de hemel te testen.
- De optische dubbelster Mizar en Alcor in de Grote Beer Als u goede ogen hebt kunt u deze dubbelster scheiden. Hun hoekafstand is 12 boogminuten. Het is geen echte dubbelster, de twee sterren lijken, gezien vanaf de aarde, dicht bij elkaar te staan. Mizar zelf is wel een echte dubbelster. Je hebt een kleine telescoop nodig.
Er zijn nog veel meer prachtige objecten te zien. Je kan ze vinden in verschillende boeken, zie onderaan. Let wel op: in die boeken gaat men er vanuit dat je je bevindt op een donkere plaats. Ook wordt het waarnemen dikwijls te gemakkelijk voorgesteld!
Nog iets leuks is het bekijken van satellieten. Ideaal hiervoor zijn de Iridium satellieten.
Een reeks identieke satellieten (meer dan 70), die gelanceerd werden om draadloze communicatie op elke plaats op aarde mogelijk te maken. Dit idee is afkomstig uit de jaren negentig. Toen was de GSM nog niet uitgevonden. Iridium had nooit verwacht dat het netwerk van grondstations zich zo snel zou ontwikkelen. 1 minuut gesprekstijd met Iridium zou 300BEF kosten. Iridium vond slechts 15 000 klanten en is failliet gegaan.
De Iridiumsatellieten hebben een speciale antenne die veel licht weerkaatst. Dat licht kunnen we gedurende een aantal seconden waarnemen. De tijdstippen en plaatsen van de Iridiumflares (www.heaven-above.com) kan je vinden op het internet.
Ook het ISS en andere satellieten zijn zichtbaar. Waar en wanneer vind je op het internet.
2. Met de verrekijker.
Een verrekijker heeft vele voordelen t.o.v. een telescoop.
- Je kan hem gemakkelijk overal meenemen. - Een verrekijker is goedkoper dan een telescoop. - Het wijde beeldveld maakt het gemakkelijker om een object te localiseren. - Je kijkt met twee ogen, dit is comfortabel en schept een driedimensionaal beeld. - Het beeld staat niet ondersteboven. - Je kan de verrekijker ook voor andere hobbys gebruiken.
Een verrekijker is wel goedkoper dan een telescoop, maar daarom is hij nog niet 'zo' goedkoop. Een goede verrekijker kost gemakkelijk 10 000 frank. Het is dus beter eerst wat informatie in te winnen. Hieronder enkele tips bij het aanschaffen en gebruik.
- Astronomen maken meestal gebruik van de types 7 X 50 en 10 X 50. De 7 en 10 staan voor de vergroting, de 50 staat voor de diameter van het objectief (grote lens).
- Sterke vergrotingen hebben voor en nadelen. De voordelen zijn: meer maankraters, sterrenclusters en zwakke sterren. De nadelen zijn: minder kijkcomfort omdat de kijker moeilijker stil te houden is en omdat de ogen dichter bij het oculair gehouden moeten worden. Gebreken in de optiek vallen meer op.
- De uittreepupil (= Ramsden-schijf) van een kijker vindt je door de opening door de vergroging te delen. Bij een 7 X 50 is dat dus 7,1. Dat wil zeggen dat de lichtbundel die het oog bereikt een diameter heeft van 7,1 mm. Een ideaal oog (op 20 jarige leeftijd) kan zich tot 7 à 8 mm openen. Er wordt dus ideaal gebruik gemaakt van de opening van het oog. Maar op 80 - jarige leeftijd is de pupil-diameter gereduceert tot slechts 2 mm! (en de lenstransparantie neemt per jaar met 0.9% af). 90% van het licht dat de verrekijker verlaat komt nooit op het netvlies terecht, pure verspilling. Een 10 X 50 is in dit geval veel voordeliger (uittreepupil = 5 mm).
- Hoe sterker de vergroting, hoe kleiner het gezichtsveld. De meeste 7X kijkers hebben een gezichtsveld van 7°, de meeste 10X kijkers 5°. Er bestaan ook groothoekmodellen (8° - 10°), maar die hebben meestal een sterke randvervorming.
- Als je een bril draagt voor astigmatisme, dan hou je hem best aan bij het gebruik van een verrekijker. Hiervoor moet de oogpuntsafstand (afstand tussen oog en oculair) minimaal 15 mm bedragen.
- Opgelet met zoomkijkers, ze lijken aantrekkelijk maar hebben bijna altijd een slechte optiek en een nauw beeldveld.
- Soms is de scherpte dubbel instelbaar: aan elk van de oculairen. Dit is zeer handig als uw ogen niet volledig gelijk zijn. (Voor aardse waarnemingen is dit wel lastig)
- Eigenlijk is een statief onmisbaar. Heb je dit niet, dan kan je een borstel of trekker gebruiken. Plaats hem ondersteboven met de stok in de grond. Steun er met de kijker op. Dit is natuurlijk geen vervanging voor een statief maar het helpt.
- Voor lange waarnemingen is een ligstoel comfortabel.
WINKELTEST (bron: Sterren Kijken, Een professionele kijk op het heelal; Uitgeverij Könemann)
- Is het beeld in het midden scherp? Op welk punt begint de beeldrand te vervagen? Betere modellen hebben minder randvervorming.
- Houde de verrekijker op een afstand en kijk in de oculairen. Ze moeten een gelijkmatige cirkel van licht vertonen. De slechtere BK7-prismas verraden zich door donkere vlekken aan de randen.
- Kijk in de hoofdlens. Veel witte weerkaatsingen wijzen op een slecht gecoate optiek, donkere lenzen met enkele donkerpaarse of groene reflecties wijzen op een goede, multi-gecoate optiek.
- Ligt de verrekijker lekker in de hand? Kunt u het hele gezichtsveld zien zonder uw ogen helemaal tegen de oculairen te moeten drukken?
- Houd een hand voor het objectief om telkens door één kijkerbuis tegelijk te kijken. Verspringt het beeld als u van buis wisselt? Als dat zo is, is de verrekijker scheel: hij heeft een collimatiefout, een ernstige tekortkoming.
Wat kan je nu allemaal met een verrekijker zien ?
Alle objecten die beschreven werden voor het blote oog kunnen uiteraard ook gezien worden met een verrekijker.
Op de maan zie je nu de grootste kraters. Vlakbij Jupiter zie je de 4 galileïsche maantjes. Als je de verrekijker goed kan stilhouden merk je dat Saturnus een ovale vorm heeft (dit komt door de ringen). Het is ook mogelijk om de fasen van Venus te volgen. Mercurius is nu gemakkelijk te vinden. Als je weet waar je moet kijken kan je Uranus en Neptunus zien.
In de Plejaden tel je nu zeker meer dan 6 sterren. De dubbelster Mizar is gemakkelijk te scheiden. Volg eens de melkwegband en je zult versteld staan van de vele sterrenhoopjes, wolkjes en natuurlijk sterren. Speur eens in de omgeving van de horizon (na zonsop-ondergang), misschien ontdek je wel een nieuwe komeet. (rara...) De beroemde komeet Hyakutake werd ook met een verrekijker ontdekt.
Voor verrekijkers zijn er heel veel objecten. Te veel om hier op te sommen, zeker als dat al is gebeurt in verschillende boeken.
- EEN WAARNEMINGSPROGRAMMA VOOR
BEGINNENDE AMATEURS
Auteurs: Tony
Dethier en Didier Van Hellemont, een uitgave van de VVS.
Uitgeverij: Acco Leuven. Het boek beschrijft alle sterrenbeelden
(noordelijk halfrond) en wat erin te vinden is voor het blote oog,
verrekijker en kleine telescoop.
- STERRENKIJKEN, EEN PROFESSIONELE KIJK
OP HET HEELAL
Auteurs:
Robert Burnham, Alan Dyer, Robert A. Garfinkle, Martin George,
Jeff Kanipe, David H. Levy. Uitgeverij KÖNEMANN. Na
algemeenheden over astronomie, een beschrijving van meer dan 100
objecten in noordelijk en zuidelijk halfrond.
- ONTDEKKINGSREIS DOOR HET HEELAL
Auteur:
Philippe Henarejos. Uitgeverij: KÖNEMANN. In dertig rondreizen (elk
7 objecten) leer je de sterrenhemel kennen. Indeling volgens de 4
seizoenen.