Inleiding
De Hubble Space Telescope (HST) werd gezamelijk ontwikkeld door de NASA en de ESA en genoemd naar de astronoom Edwin Powell Hubble. De HST werd op 25 april 1990 (gelanceerd op 24 april) door de Amerikaanse shuttle Discovery in de ruimte gebracht (In een cirkelvormige baan op een hoogte van 600km). De telescoop had oorspronkelijk 5 wetenschappelijke instrumenten. Enkele ervan werden vervangen door een betere opvolger. De telescoop dient voor het waarnemen van allerlei objecten, binnen en buiten ons zonnestelsel. Een verder doel van de HST-missie is de zeer nauwkeurige bepaling van de Hubble-constante. Bij de vervaardiging van de primaire spiegel (diameter 2,4 meter) werd er echter een fout gemaakt (sferische aberratie), waardoor een precieze focussering niet mogelijk was. Allereerst werd er een correctie van de gegevens door moderne beeldverwerkingsmethodes uitgevoerd en in december 1993 volgden een onderhoudsmissie en de inbouw van correctielenzen. De telescoop heeft een grensmagnitude van maar liefst 31.
Geschiedenis
1923: Hermann Oberth publiseert een artikel over telescopen in een baan om de aarde. 1962: Een nationale academie van wetenschappers werkt aan een plan voor een ruimtetelescoop. 1968: De NASA lanceert succesvol de OAO-II, een klein ruimteobservatorium voor het bestuderen van sterrenstelsels, sterren, planeten en kometen. 1971: De "Large Space Telescope Science Steering Group" ontstaat en begint een studie voor een 3-meter ruimtetelescoop. 1975: De Europese ruimteorganisatie beslist om mee te werken in het project. De grootte van de telescoop wordt verminderd naar 2,4 meter. 1977: Het geld voor de telescoop wordt samengeraapt en het werk wordt verdeeld. 1979: Astronauten beginnen met onderwatertrainingen. 1983: De telescoop krijgt een naam: "hubble ruimtetelescoop". 1986: Door het Challenger ongeluk wordt de lancering uitgesteld. 1990: De Hubble wordt gelanceerd m.b.v. de space shuttle Discovery. 1990: Ondanks de grote precisie van de spiegel, is de kwaliteit van de eerste beelden ver onder de verwachting. 1993: Eerste onderhoudsmissie: Astronauten installeren correctielenzen op de telescoop. 1994: Hubble maakt gedetailleerde beelden van de inslag van de komeet Shoemaker-Levy op Jupiter. 1997: Tweede onderhoudsmissie: er worden 2 nieuwe instrumenten geïnstalleerd. 1999: Hubble's observaties stellen astronomen in staat om de expansiesnelheid van het heelal met een nauwkeurigheid van 10% te bepalen. 1999: Derde onderhoudsmissie: De zes gyroscopen en de computer worden vervangen. Er volgen nog onderhoudsmissies in 2001 en 2003. 2010: Einde van de missie?
Enkele gegevens
Lanceergewicht: ca. 11 300kg.
Gewicht van de spiegel: ca 800 kg
Lengte: 13,3m
Diameter: 4.3m
Energievoorziening: gebeurd door zonnepanelen: vermogen = 4500 W
Omlooptijd: ca. 95 minuten
In zijn 10-jarig bestaan heeft de telescoop 330 000 beelden van 14 000 objecten genomen.
De telescoop heeft 60 000 rondjes rond de aarde gemaakt.
De observaties brachten 3,5 terabytes gegevens op.
Elke dag worden 3 tot 5 GB aan gegevens verzameld.
Er werden reeds 2.651 wetenschappelijke teksten over Hubble en zijn resultaten gepubliceerd.De instrumenten van de Hubble ruimtetelescoop
De vijf wetenschappelijke intrumenten kunnen samen of individueel werken. Elk instrument werd ontworpen om het universum op een unieke manier te observeren. 1. The Wide Field and Planetary Camera is het hoofdinstrument. De meest spectaculaire beelden werden hiermee gemaakt. Het instrument is ontworpen om al wat zichtbaar is te observeren. Het instrument kan je vergelijken met een gewone Camera, maar dan veel gevoeliger en het kan ook "zien" in een stukje van het Ultraviolet en het infrarood. 2. The Near Infrared Camera and Multi-Object Spectrometer is Hubble's warmtesensor. 3. The Space Telescope Imaging Spectrograph is een elektronisch instrument dat werkt als een prisma. Hiermee kan het spectrum van het licht, afkomstig van om het even welk object bestudeerd wordend. 4. The Faint Object Camera geeft ons de scherpste beelden. Dit instrument maakt heel gedetailleerde opnames over een klein beeldveld. 5. The Fine Guidance Sensors worden gebruikt om de positie van de telescoop te bepalen, om de telescoop te richten en om de positie van een object exact te bepalen.