John Dobson is waarschijnlijk de meest invloedrijke persoon van de amateur-astronomie in de laatste 30 jaar. Hij heeft vrijwel alleen een revolutie teweeggebracht in de astronomie in de achtertuin door ze naar de straat te brengen en ze toegankelijk te maken voor iedereen die reeds verwonderd naar de hemel heeft gestaard en zich de vraag heeft gesteld: "Waarom?".

John Dobson is geboren in Peking (Beijing, China) op 14 september 1915. Zijn grootvader aan moeders kant was de stichter van de universiteit van Peking. Zijn moeder was muzikaal begaafd. Zijn vader doceerde dierkunde aan de universiteit. In 1927 week het gezin uit naar San Francisco omwille van politieke en sociale onrust in China. John had drie broers: Ernest, Lowry, and Harrison. Johns vader aanvaardde een doceeropdracht aan de Lowell High School en bleef die taak uitvoeren tot aan zijn pensioen in de vijftiger jaren.

Na een graad in de scheikunde behaald te hebben aan de Universiteit van Californië in Berkeley in 1943, voerde John opdrachten uit die betrekking hadden op defensie tot hij zich in 1944 als monnik aansloot bij de Ramakrishna Orde en vestigde in het Vedanta klooster in San Francisco. De volgende 23 jaar verbleef hij in het klooster. Hij kreeg als opdracht de religieuze onderrichtingen te verzoenen met de leer van de wetenschap.

Na zijn studies als chemicus wenste hij te zien hoe het Universum eruit zag en bouwde zijn eerste telescoop in 1956. Het was een twee duim (5 cm), gemaakt van een lens die hij verwierf in een rommelwinkel en een oculair van een oude Zeiss-verrekijker. Met het toestel kon hij de ringen van Saturnus zien. Een van zijn ‘confraters’ vertelde hem dat het mogelijk was een telescoopspiegel te slijpen. John maakte toen zijn eerste spiegel van een glas van 12 duim afkomstig van een afgedankte patrijspoort. Wanneer hij met zijn nieuwe telescoop naar de maan in het laatste kwartier keek, was hij verwonderd en diep bewogen door wat hij zag. Zijn eerste gedacht was: "Iedereen moet dit zien". Zo begon Johns langdurige verbintenis om de astronomie bij het brede publiek te brengen.

John kreeg in 1958 het Vedanta-klooster in Sacramento toegewezen en begon snel op te gaan in het vervaardigen van telescopen. De eerste telescoop die hij in Sacramento maakte, was een 5 duim-reflector. De spiegel was gemaakt uit een uitgesneden bodem van een afgedankte glazen kruik. Het was Johns grootste vreugde de schoonheid van hetgeen hij zag te delen met anderen. Een van zijn vrienden was zo enthousiast over wat hij zag met de 5 duim-telescoop dat hij John voorstelde iets groters te maken. Hij gaf enkele oude patrijspoorten die hij in het klooster binnensmokkelde in verpakking van meststoffen.

John moest zelf zorgen voor schuurzand en maakte zelf rood poetspoeder uit tuinproducten (ijzersulfaat en oxaalzuur). Dit alles moest hij doen zonder de aandacht te trekken van die leden van de kloostergemeenschap die vonden dat ‘astronomie-voor-het-brede-publiek’ geen geschikte doelstelling was voor monniken. De luidruchtige bezigheid van spiegelslijpen moest hij onder water uitvoeren om het geluid te dempen. Daar John een monnik was en geen geld had, moest hij een manier vinden om spiegels te monteren met gebruik van tweedehands materiaal dat hij gratis kon bijeengaren. Zijn telescopen waren gemaakt van afgedankte tuinslanghaspel, het binnenwerk van oude schooldeuren en houtafval. Dit was het eenvoudig begin van wat later bekend werd als de Dobson-montering.

Zijn drijfveer om meer en grotere telescopen te maken, was om iedereen de kans te geven om rechtstreeks het Universum te laten zien. Dit maakte de kans alleen maar groter om uitgesloten te worden door zijn oversten. Hij plaatste afgeschreven karrenwielen onder zijn telescopen om deze gemakkelijker te kunnen verplaatsen in de buurt van zijn klooster; tot groot amusement van kinderen en volwassenen die de nachtelijke hemel konden aanschouwen.

Eens zij door de telescopen gekeken hadden, wensten enkele buren en hun kinderen natuurlijk dat John hen zou bijstaan bij de bouw van eigen telescopen. Hij realiseerde zich dat dit zou betekenen dat hij nog meer afwezig zou zijn in het kloosterleven zonder geldige reden. Nochtans bleef hij zijn activiteiten uitbreiden tot hij in de lente van 1967 uit het klooster werd gezet, na 23 jaar monnik te zijn geweest. Hij werd niet ontslagen omdat de monniken gekant waren tegen zijn telescoopbouw maar omdat zij zich niet konden voorstellen dat dit zijn enige activiteit zou zijn.

John besloot zijn verder leven te wijden aan de openbare dienstbetoon en liftte naar San Francisco. Ook toen had hij veel vrienden en ze boden hem voedsel, kleding en onderdak aan. Hij kreeg enkele telescopen uit Sacramento opnieuw in handen krijgen en stelde deze op aan de hoek van de Broderick- en de Jacksonstraat in San Francisco, telkens als het een heldere nacht was. Duizenden belangstellenden keken door de telescopen terwijl John gedetailleerde uitleg verschafte over hetgeen ze zagen. (Deze praktijk maakt nog steeds een integraal deel uit van de "Sidewalk Astronomy": sterrenkundige informatie moet verschaft worden door de opsteller van de telescopen zodat de kijkers kunnen begrijpen wat ze zien.) Uiteindelijk was John in staat hemzelf in het levensonderhoud te voorzien door lessen te organiseren in telescoopbouw en sterrenkunde in het Joods Gemeenschapscentrum en aan de Academie van Wetenschappen van Californië, waar hij, naast andere plaatsen, vandaag nog steeds doceert .

In 1968 startten enkele jongeren die onder zijn leiding telescopen hadden gemaakt en die hem hielpen bij het opstellen van telescopen aan de "Jackson & Broderick", zelf een vereniging voor dienstverlening met de naam "de San Francisco Sidewalk Astronomers". Naarmate de organisatie groeide, werden grotere telescopen gemaakt en in de straten opgesteld. In 1970 beschikte de vereniging over een 60 cm telescoop die met de wagen kon verplaatst worden. De mogelijkheid om deepsky-objecten te tonen door zeer grote telescopen aan grote delen van de bevolking, leidde de aangroeiende groep Sidewalk Astronomers naar de nationale parken en monumenten, de Indiaanse reservaten en verder op plaatsen waar een donkere hemel en het publiek mekaar ontmoetten.

Wanneer vele jaren geleden de leden van de oorspronkelijke San Francisco Sidewalk Astronomers zich verspreidden in andere gebieden en nieuwe afdelingen opstartten, werd beslist de term "San Francisco" te schrappen uit de naam en de organisatie eenvoudigweg "The Sidewalk Astronomers" te noemen.

Miljoenen mensen over de wereld hebben gekeken door de telescopen van de Sidewalk Astronomers. John had de kunst om spiegels te slijpen vereenvoudigd en duizenden jongeren en volwassenen zonder voorafgaande ervaring of speciale opleiding in de optica, in staat gesteld de vreugde de ervaren om met hun handen glasschijven om te vormen tot krachtige ogen naar de hemel. De Dobson-montering liet grote, gebruiksvriendelijke en betaalbare telescopen toe die toegankelijk werden voor het brede publiek. Duizenden hebben hun eigen robuuste en goedkope telescopen gemaakt onder Johns leiding of helemaal op hun eigen door zijn eenvoudige plannen te gebruiken. Telescopen met lichte spiegels die men vroeger als onbruikbaar voorstelde, met lange brandpuntafstanden die voordien onbruikbaar werden beschouwd, en openingen die eertijds ondenkbaar leken, zijn nu in handen van astronomiefans over de gehele wereld.

John Dobsons leven is een enorme inspiratie geweest voor heel veel mensen. John en "The Sidewalk Astronomers" gaan nog steeds door om het publiek te dienen met grote telescopen. Ze organiseren vrij toegankelijke "star parties" en diavoorstellingen onder een donkere hemel en stedelijke verlichting. Zij moedigen de bewoners van deze planeet aan na te denken en zich te verwonderen over het Universum en geven hen de kans haar schoonheid met hun eigen ogen te zien.

Aan leden van "The Sidewalk Astronomers" geeft John verdere leiding en inspiratie. Zijn leven van enthousiaste, onbaatzuchtige dienstverlening en zijn ware liefde en zorg voor deze planeet en voor de bewoners ervan, zijn de basis en het hoofdprincipe van deze organisatie.