De telescoop behoort tot de belangrijkste instrumenten die werden uitgevonden in wat men wel eens de Wetenschappelijke Revolutie noemt. Het zorgde voor vele verrassende ontdekkingen aan de hemel en voor de verschuiving van het traditionele geocentrische wereldbeeld - ja ook toen nog - naar het, eerst door de kerk verworpen, Copernicaanse systeem. Het was het eerste instrument die de mens gebruikte om de hemel te bestuderen die onze eigen zintuigen vergrootte; er kwamen zaken aan het licht waarvan zelfs de grote Aristoteles niet van had kunnen dromen. De eerste telescoop is het prototype van de hedendaags gebruikte telescopen. De telescoop werd echter niet door een wetenschapper uitgevonden maar door ambachtsmannen. Dat is meteen de reden waarom het onduidelijk is wie deze grote - misschien wel dé grootste voor de astronomie - uitvinding heeft gedaan.
Hoewel men in de Oudheid bekend was met doorschijnende materialen, werd de lens in zijn hoedanigheid zoals wij die nu kennen in het Westen pas op einde dertiende geïntrouceerd1. Glas met een redelijke kwaliteit was relatief goedkoop gekomen en de glasateliers te Florence en Venetië waar men lenzen sleep waren tot een hoog genoeg stadia van ontwikkeling en kennis van zaken gekomen zodat deze uitvinding niet langer kon uitblijven. Het startte als een oplossing voor mensen met bij- of verziendheid. Mensen die al wat ouder worden beginnen immers problemen te krijgen om hun oogbol te accomoderen van een dichtbijzijnd
voorwerp naar een verderaf liggend voorwerp. Dit systeem - beter gekend als presbyopia - wordt vooral zichtbaar bij veertigers wanneer zij nog moeilijk letter kunnen lezen die niet op een redelijke afstand van het oog worden gehouden. Een soort van lenzen, die deze problemen de wereld uithielpen, werden gangbaar in de dertiende eeuw. Maar er waren problemen: bij het schrijven had je je handen nodig. Toen kwamen de handwerklieden uit Venetië op het idee twee schijven glas in een soort van fraam vast te maken zodat deze opgezet konden worden. Omdat dit zo veel weg had van lenses (Latijn) noemde men ze dan ook maar zo. De eerste afbeelding van dergelijke 'brillen' dateert van 1350 en werd al gauw een symbool van geleerdheid.
Van de telescoop echter werd het eerst melding gemaakt bij onze noorderburen, inderdaad te Nederland. Dit was het geval in oktober van het jaar 1608 toen de Staten Generaal te Den Haag het patent voor Hans Lipperhey uit Middelburg en daarna voor Jacob Metius uit Alkmaar besprak voor een apparaat 'waardoor je verafgelegen voorwerpen alsof ze dichtbij waren'. Het bestond uit een buis met daarin een lens en vergrootte drie tot viermaal. De raad bevond het apparaat te gemakkelijk na te maken en gaf hen geen patent, maar gaf Matius een kleine geldsom en Lipperhey de opdracht enkele binoculairs te maken, waarvoor hij uit de hand betaald werd. Waarschijnlijk had een andere burger van Middelburg - Sacharias Janssen - rond dezelfde tijd ook een dergelijke uitvinding gemaakt, maar hij probeerde deze op de Beurs te Frankfurt te verkopen.
Zoals u zich wel kunt voorstellen verspreidde het nieuws over deze uitvinding zich snel over Europa en lang daarna volgde het instrument zelf. Tegen april 1609 kon men 'drie-glazige brillen' op le Pont Neuf te Parijs kopen en enkele maanden later waren ze overal aanwezig in Italië. Het is bekend dat Thomas Harriot begin augustus 1609 de maan observeerde met een apparaat dat in staat was 6 maal te vergrootten. Maar het was 'onze' Galilei die het instrument bekend maakte - hij heeft het niet uitgevonden! Zijn eerste 3 maal vergrotende instrument bouwde hij in juni of juli 1609, en presenteerde zijn 8x instrument voor in augustus aan de Venetiaanse Senaat en bekeek de hemel in november of oktober met een 20x. Het was met dit instrument dat hij de maan bestudeerde en er zijn beroemde ontdekking van de vier Galileïsche manen van Juppiter mee deed. In maart 1610 publiceerde hij reeds zijn Sidereus Nuncius.
In het begin was het moeilijk de ontdekkingen van Galilei te controleren: in de lente van 1610 had men nog niet voldoende kwaliteit - wat lenzen betreft - in huis om de satellieten van Jupiter te aanschouwen, hoewel men met een aanzienlijk kleinere kijker enkele van de onregelmatigheden van de maan, die Gailei in zijn Sidereus Nuncius had beschreven, kon bekijken. Galilei's meesterschap bestond uit het praktische en niet het theoretische gedeelteen het duurde ongeveer 6 maanden vooraleer men de beroemde Galileïsche manen kon ontdekken. Met de bevestiging van de fasen van Venus in de eerste helft van 1611 was Galilei's meesterschap zowat verdwenen. De volgende ontdekking, namelijk de zonnevlekken, werd door meerdere astronomen - waaronder Galilei - onafhankelijk gemaakt. Meer foto's zie Aanhangsel 2
1. = Het is mogelijk dat ze onafhankelijk ontdekt werden in China.