De maan volgens Britannica (Engels)
In december 1609 begon Galilei - met een telescoop die als vergrooting 20x had - de maan te bestuderen. Hij tekende de fasen van de maan door die telescoop gezien. Zijn tekeningen toonden duidelijk aan dat de maan niet zo glad was als men had gedacht, integendeel! De maan was niet helemaal rond en was bezaaid met kraters en donkere vlakken. Dat men deze stelling van Galilei niet kon of wilde geloven bewijst de volgende uitspraak:
de maan is weliswaar bezaaid met kraters en putten allerhande maar deze worden opgevuld - en bijgevolg wordt de maan effen en vlak gemaakt - door een onbekende en onzichtbare stof.
Hieruit blijkt dat men alles deed om toch maar de gedachte van een volmaakt hemellichaam te kunnen behouden.