De Dialoog

We schrijven 1624 als Galilei voldoende genezen is om de reis naar Rome te vervolmaken. Hij besloot de nieuwe paus zijn hulde te brengen en probeerde toestemming te krijgen voor het publiceren van een boek over het Copernicaanse systeem: het werk dat hij reeds in 1610 - Sidereus Nuncius - had aangekondigd. In Rome werd hem veel eer bewezen en kreeg niet minder dan 6 audiënties bij Urbanus. Ongetwijfeld had hij met de machthebbers over zijn plan om het schrijven van dergelijk boek besproken, de stemming gepeild en waarschijnlijk ook de toestemming gekregen: het daaropvolgende jaar begon hij er aan. Maar vanaf dan beginnen de misverstanden. Van de gesprekken, tijdens de audiënties gevoerd, heeft men geen enkel document, men kan enkel gissen wat er besproken werd. Wel zeker is dat Urbanus VIII volledig overtuigd was van de juistheid van het decreetuit 1616, want alleen de kerk de waarheid kennen en uitspreken. De wetenschap is mensenwerk en moest bijgevolg bereid zijn onder druk van de kerk haar uitspraken in te tomen of zelfs terug te nemen. Dit sloot natuurlijk niet uit dat de discussie van het Copernicaanse niet - al dan niet hypothetisch - gehouden kon worden. Men zou bijvoorbeeld het bezwaar dat tegenstanders van de kerk naar voren schoven kunnen ontkrachten, namelijk dat de veroordeling vn het Copernicaanse systeem op onvoldoende zaken berustte. Waren de qualificatoren niet gereed in enkele dagen tijd? Als tijdens andere besprekingen van alle beschikbare argumenten - pro en contra - toch dezelfde slotsom opleverden dan kon dit bezwaar weerlegd worden. Deze gedachte kunnen wij terugvinden in het Voorwoord van Galilei's Dialoog, dat de fictie - waaronder het gehele boek moest verschijnen - zorgvuldig gehandhaafd blijft - Galilei heeft zich formeel aan de regels van het spel gehouden.
Men krijgt de indruk dat er niet zoveel wijzigingen nodig waren om het verlangde hypothetische karakter - naar het oordeel van de bevoegde instanties - te brengen. Betrekkelijk kleine wijzigingen, waarmee Galilei altijd zonder meer mee instemt, blijken reeds voldoende om de gewenste goedkeuring te verkrijgen, zowel te Rome als te Florence. Blijkbaar werden de maatstaven door deze censoren op zuiver formele wijze toegepast. De langdurige aarzeling van de te Rome zetelende censor Riccardi valt slechts te verklaren door zijn angst voor wraakacties van de paus, van wie zijn steeds wisselende geaardheid maar al te bekend waren. Het proces, dat op de verschijning van de Dialoog volgde, werd op persoonlijk ingrijpen van de paus begonnen en ook gedurende het verloop kan men de aanwezigheid van de Urbanus' macht - die nochtans officieel niets met de zken te maken had - duidelijk voelen. Daarmee wordt het proces van staatkundig belang: redenen van staatsbelang eisen Galilei's veroordeling, maar tegelijk wil men niet tot het uiterste gaan. Vanuit dit gezichtspunt kan men niet alleen vele bijzonder duistere punten in het proces begrijpelijk maken, maar ook de houding van Galilei beter verstaan.
Kort na het verschijnen - in 1632 - werd de verdere verspreiding van de Dialoog verboden en Galilei te Rome ontboden. Hij kwam daar in het voorjaar van 1633 aan.

Terug

Hoofdmenu